E L I Z A B E T H   K O N I N G
  • h o m e
  • w o r k
  • a b o u t
  • e x h i b i t i o n s
  • c o n t a c t
  • b l o g
Foto

Interview MTC 2011


De Glimlach van een Kind |  Expositie drieluik in Westfries Museum

In het Westfries Museum in Hoorn is van 6 juni tot en met 5 september 2010 onder de titel De glimlach van een kind een expositiedrieluik te zien met kinderportretten uit drie verschillende eeuwen. In de zeventiende eeuw komt de kinderportretschilderkunst in West-Friesland tot grote bloei. Schilders als Jan Claesz. en Jan Albertsz. Rotius maken er hun specialisme van. Niet eerder zijn er zoveel West-Friese kinderportretten uit de Gouden Eeuw bij elkaar gebracht. In de negentiende eeuw verdringt de fotografie het geschilderde portret. Maar ondanks het nieuwe medium borduren de fotografen voort op de schilderkundige traditie, zoals op fotoportretten uit West-Friese familie-albums is te zien. Ook beeldend kunstenaar en fotografe Elizabeth Koning laat zich door de schilderkundige traditie inspireren. Haar bijzondere kinderportretten zitten vol referenties naar het verleden, maar zijn gelijkertijd volstrekt eigentijds. Opvallende overeenkomst tussen alle getoonde portretten; er is geen glimlach te zien.

Intrigerende portretten

Het derde deel van het expositiedrieluik is gewijd aan het werk van de hedendaagse fotografe Elizabeth Koning, die zich heeft toegelegd op het maken van kinderportretten. Elizabeth Koning woont jarenlang in Italië, waar ze haar liefde voor kunst en cultuur op doet. Ze werkt zowel voor als achter de schermen in de modewereld van Milaan, als  model, ‘booker' bij een modellenbureau en als p.a. van de hoofdredactrice bij een modetijdschrift. Daar, in de hectische modewereld ontwikkelt ze haar gevoel voor esthetiek en een goed oog voor detail, compositie en de schoonheid van het menselijke model. Terug in Nederland, in 2005,  neemt Elizabeth Koning zelf de camera op. "In de fotografie, of nog preciezer de portretfotografie, komt voor mij alles samen en vind ik het ideale medium voor de uitdrukking van mijn door de jaren heen gevormde visie op kunst en esthetiek".  Geïnspireerd door fotografen als Ruud van Empel, Rieneke Dijkstra en de Duitse Loretta Lux, ontwikkelt Elizabeth Koning als autodidact al snel een heel eigen beeldtaal. Ze fotografeert volwassenen. Marc-Marie Huijbregts wordt door haar geportretteerd en op de expositie is een prachtig portret van priester Antoine Bodar te zien. Haar favoriete modellen zijn echter kinderen, "omdat die zich helemaal geven". Elizabeth Koning fotografeert ze ingetogen en sober, met veel aandacht voor detail en compositie en plaatst ze in een digitaal gecreëerde omgeving. Een lach is op haar portretten niet te vinden. "Lachen is te geposeerd. Het is bovendien toneelspelen. Ik wil de ziel, de essentie van het kind vastleggen."

De keuze voor Elizabeth Koning, van wie twintig portretten in het Westfries Museum getoond worden, is geen toevallige. Koning refereert in haar werk aan de rijke schilderkundige traditie, in zowel Holland als Italië. De ingetogenheid, het spel met het licht en de keuze van de setting en de attributen doet denken aan zeventiende eeuwse kinderportretten. Maar tegelijk zijn Koning's portretten door het gebruik van digitale technieken volstrekt eigentijds. Speciaal voor de tentoonstelling maakte zij een portret van haar vijf jarige dochter Ottavia met plooikraag, een directe verwijzing naar de zeventiende eeuwse portretten die  ook op de expositie te zien zijn. De chihuahua die het meisje vasthoudt en het portret een prachtige spanning geeft, heeft geen enkele symbolische betekenis, maar dient louter ter versterking van de compositie. Het spel van de lijnen in het gevlochten haar, de plooien van de kraag en het stiksel van de jurk is mooi en subtiel. Een kleine volwassene, zoals in de zeventiende eeuwse portretten, is het meisje niet, al valt er in haar gezicht een wereld te ontdekken. Dat zorgt er mede voor dat de portretten van Elizabeth Koning blijven intrigeren.
Ad Geerdink
Directeur
Westfries Museum

Openingswoord Adriaan de Regt, Directeur Stedelijk Museum Zwolle.
Pulchri Studio 20 augustus 2011, Den Haag

Twee vrouwelijke kunstenaars met op het eerste gezicht heel verschillend werk.  Is er een verbinding tussen of niet, wat hebben ze gemeen.

Om tot een voor u leuk verhaal te komen heb ik het werk en dat wat ik van ze weet eens naast de geschiedenis gelegd van de fotografie en dan vooral de begintijd zo vanaf 1834 tot eind negentiende eeuw. Zit er veel verschil tussen nu en toen en levert dat invalshoeken op waarmee we het werk van deze twee kunstenaars/fotografen kunnen bekijken.  Ze gebruiken beide fotografie en zijn vrouwelijke kunstenaar. En ik zeg dit bewust om duidelijk te maken dat we niet te maken hebben met vrouwelijke kunst. Ze maken beiden portretten en bij beiden is er een zelfverklaarde link naar de Italiaanse kunst uit de Renaissance. Bij Elizabeth zijn er zelf gekozen invloeden van Belini en Rafael, Dindi verwijst naar Caravaggio.  Bij Elizabeth speelt het landschap (met verwijzingen naar Ruisdaal en Vroom) een rol, Dindi creëert een onderwaterlandschap met eigenaardig effecten door de lichtreflectie. Je zou ook kunnen zeggen dat in sommige werken van Dindi impressionistische effecten te zien zijn.   De techniek neemt bij beiden een grote rol maar verschilt per kunstenaar. Dindi gebruikt de lichteffecten van het water waardoor contrast van licht en donker groter worden maar ook de lijnen vervagen. Chiaroscuro en sfumato tegelijkertijd. Elizabeth gebruikt de techniek van vervagen sfumato.  Bij beiden is de beeldtaal ontleend aan de werkelijkheid. Beiden gebruiken modellen of zijn dat zelf geweest. Je ziet de laatste tijd steeds meer dat kunstenaars zich zelf als model gebruiken. Voordeel is dat je geen gedoe hebt met modellen. Bij Elizabeth en Dindi is dit niet helemaal het geval. Met andere woorden een hoop punten waarop je deze kunstenaars kan linken, maar wat een verschil in uiteindelijk beeld. De onderwerpen zijn heel verschillend maar beiden leveren vervreemde aan de werkelijkheid ontleende beelden. Is dit nog fotografie of is de fotografie middel tot beeldende kunst?

Als we terug gaan naar de begintijd van de fotografie zo 1830 vallen een aantal zaken op: Fotografie werd gezien enerzijds als belangrijkste gebeurtenis in de beeldende kunst en anderzijds als slechts de zoveelste werkwijze in een reeks van mogelijkhedenvoor het maken van een afbeelding. Dit enerzijds anderzijds blijkt een constante in de teksten over fotografie. Maar als uitzonderlijke vernieuwing bracht de uitvinding van de fotografie de gemoederen heftig in beweging. Dat had te maken met de al te treffende, tot in de kleinste details weergegeven gelijkenis met de werkelijkheid. Deze gedetailleerde exactheid zag men in de afbeeldingen niet eerder. De schilder of tekenaar werd namelijk “gehinderd” door zijn fantasie of onmacht alle kleine details tegelijkertijd waar te nemen en af te beelden. Maar daartegenover liet het ook veel nodeloze details weg en dat kwam het werk vaak ten goede. Interessant is dat Elizabeth haar fotografie met sfumato minder gedetailleerd maakt. Dus teruggrijpt op het voordeel van schilderen. Gek is dit niet want de verbinding tussen fotografie en schilderkunst is er steeds geweest. Een fotograaf in de begintijd was afhankelijk van een medium dat alles registreert. Een onpersoonlijk alles registrerend medium waar met technische en chemische bewerkingen de fotograaf het medium moest leren onderwerpen om een persoonlijke beeldtaal te creëren. De techniek verschilt wel heel erg met de techniek nu. Geen cadmium, broomverbindingen. Lithium etc. maar computerprogramma’s en digitale camera’s.

In eerste instantie kozen de fotografen voor stillevens vanwege de beperkte techniek. Bewegende beelden vastleggen was nog niet mogelijk. Stillevens als architectuur, stadsgezichten en iets later portretten. Portretten werden al gauw één van de belangrijkste thema’s van de fotografie. De fotograaf kwam in eerste instantie uit bij de principes van de beeldopbouw van de schilderkunst. Ook daar is bij Elizabeth en Dindi nog niet veel veranderd. Ook zij zoeken verbinding met de schilderkunst in beeldopbouw en belichting. Een model moest toen nog al wat doorstaan. Daglicht was nodig met reflecterende witte lakens en lang, zeer lang stilzitten met een strakke uitdrukking. Er zijn prachtige beschrijvingen over in de uitgave Fotografie in Nederland 1834-1920 onder redactie van Ingeborg Leijerzapf. Toen de fotografie eenmaal doorbrak verscheen er zelfs een groot artikel in het Tijdschrift voor Photographie in 1874 waarin omstandig werd uitgelegd hoe men zich bij de fotograaf moest gedragen. Wij weten door de televisieseries als Holland Next Topmodel wat een gedoe het allemaal is. Ook bij Dindi moet het model nog steeds veel doorstaan in haar onderwaterstudio. Het gebruiken van geschilderde achtergronden met model ervoor lukte in het begin niet zo erg. De grof geschilderde achtergrond en de ongenadig registrerende camera moesten naar elkaar toe gewerkt worden. Het retoucheren en het bewerken van het beeld deed dus al gelijk aan het begin haar intrede. Het bewerken van het beeld is ook bij Elizabeth en Dindi zeker aanwezig maar niet meer met retoucheren maar met computerprogramma’s. Er waren overigens ook fotografen die al deze ingrepen niet nodig hadden zoals Louis Wegner. Zijn tijdgenoten spraken dan ook over hem als een artist die de techniek beheerste zonder retouche. Geen belichting en een bescheiden omgeving deden het werk.  De massa fabricage van het portret die al in de 19de eeuw haar intrede deed wordt wel de periode van verval genoemd. De schuld werd echter niet alleen bij de fotograaf gelegd maar ook bij de opleiding. Men leerde slechts het zuiver materiële van de kunst. De eischen van de kunst en het schoone bleven achter. Deze klacht hoor je zelden ten aanzien van de opleiding nu in de beeldende kunst, maar wel ten aanzien van de mogelijkheden op de computer.

Het doorsnee lekenpubliek wordt al snel verrast door de waanzinnige perfectie, de sferen en de kleuren van de beelden en de onderwerpen die je met computerprogramma’s kan bereiken. Alleen kenners van de computerprogramma’s kunnen nog programma onafhankelijke genialiteit in de werken herkennen. Dat is ook een van de redenen denk ik waarom Dindi haar ontwerp vooraf tot in de puntjes uitwerkt met zelfgemaakte jurken etc dan het zwembad in waar het ontwerp wordt gerealiseerd. Er is zeer weinig toeval over gebleven in deze werkmethode van Dindi. Terwijl toeval bij de gewone analoge fotografie altijd een mysterieuze rol speelde. Het moment van knippen, dan de afsnede en het ontwikkelen. Sommige fotografen hadden het en andere niet. Het snapshot, de dagelijkse omgeving, journalistieke fotografie, documentaire fotografie allemaal vormen van fotografie waar het moment belangrijk is.  Dat het publiek daar in wil blijven geloven bleek wel toen een journalistieke foto bewerkt bleek en dus niet de “waarheid” bracht.

In de 19de eeuw echter werd de belangrijkste oorzaak van middelmatigheid tot slechte familieportretten gelegd bij de smaak van het publiek dat te weinig eisen stelde. “traditionele composities die maatschappelijke deugden (hoe het hoort) vertegenwoordigen hadden de voorkeur, niet de artistieke inbreng en technische volmaaktheid.” Deze ervaring heb ik in mijn museum nog dagelijks waar veel bezoekers de oude kunst verkiezen boven de hedendaagse kunst. Bij doorvragen blijkt dat het toch om herkenbaarheid, het vertrouwde gaat en ze voor hedendaagse kunst geen mental map of sjabloon hebben waarmee ze het kunnen plaatsen. Ten aanzien van landschappen viel de komst van de fotografie samen met de overgang in de schilderkunst van idealiserend landschap naar realistische nationale landschappen. Er waren signalen van groeiend realisme in de kunst. Op schilderijen werd bijvoorbeeld de afsnede gebruikt die bij foto’s voorkomt waar een figuur in de hoek er half op staat. De fotografie had het in zich om de culminatie van het streven naar werkelijkheidsuitbeelding te zijn. Reizende schilders kochten bijvoorbeeld foto’s ter plaatse om later een geheugensteuntje te hebben. Er werden prachtige series gemaakt van reizen, stadsbeelden en landschappen. Er ontstond een geromantiseerde sociale fotografie precies zoals in de schilderkunst het pittoreske onderdeel werd van de artistieke compositie. Een foto werd gezien als een geselecteerd moment van tijd en plaats van een bepaalde gebeurtenis, terwijl een schilderij van een gebeurtenis altijd een achteraf beschouwing is en daardoor een subjectieve interpretatie.

In die zin is het werk van Elizabeth Koning en Dindi van der Hoek meer schilderkunst dan fotografie. De discussie bleef voortgaan waarin fotografie niet als kunst werd gezien evenals penseel en verf, maar een middel om tot een kunstwerk te komen. De internationale kunstzinnige stromingen in de fotografie gingen in die tijd ons land grotendeels voorbij. Impressionistische foto’s tegen over scherp registrerende foto’s. Het gebruik van foto’s door kunstenaars werd door sommigen wel als zwak gezien. Na het overlijden van Breitner vond men in zijn atelier een mand met 500 foto’s die hij gebruikte als studiemateriaal. Het had toen veel negatieve invloed op de waarde die aan Breitners werk werd gegeven. Ook nu gebruiken veel kunstenaars foto’s uit magazines en kranten voor hun werk. Men ziet dat al lang niet meer als minderwaardig. Met de komst van de computer is van minderwaardigheid al helemaal geen sprake meer. Veel of bijna alles uit de geschiedenis van de fotografie is nog actueel ook  de tegenstelling tussen kunst of middel. Ook nu is bijvoorbeeld Festival Noorderlicht de plek voor de fotografie waar een geselecteerd moment van plaats en tijd van een bepaalde gebeurtenis bepalend is in de journalistieke of documentaire fotografie. Er gingen zelfs stemmen op om het festival alleen voor analoge foto’s toegankelijk te houden. Zo ver is het niet gekomen maar het zegt wel wat over de tegenstelling en de discussie die nog steeds speelt. Het werk van Elizabeth en Dindi zie ik dan toch meer als beeldende kunst waarin fotografie het middel is en misschien wel meer van de werkelijkheid toont dan een genadeloos registrerende foto, maar dat is zeker subjectief.

Ik wens jullie veel succes met deze tentoonstelling.
Adriaan de Regt,
Directeur Stedelijk Museum Zwolle.

Interview Galerie Kijker 04/07
_______________________
The photographs of Elizabeth Koning testify of intensive, old-fashioned labour. You’ll see portraits of both adults and children, grown still, soberly, in almost painted surroundings. It seems like an excursion through art history, sometimes chronological, sometimes suddenly leaping in time. Icons of our unconscious world, that carry my personal picture language. The portraits have been photographed with a great deal of consideration and they are automatically examined with much attention. The persons seem very lifelike, because I slightly make use of the sfumato technique amongst other things, but also because they are extremely realistically photographed, with all the details of the genuine face, wrinkles not excluded. They seem like renaissance portraits,  Bellini, Rafael, Holbein.  But at the same time painters like Co Westerik or Pyke Koch come into memory.She use the technique of the perspective well. It remains a Dutch signature. The wrapping Italian horizon has been moved to the level of the Low Countries. The model is surrounded by cloudy skies, which in their full Dutch scope, give a spiritualised dimension. The landscape has been immersed in an estranged transparent atmosphere, like we can still contemplate from the towers in Tuscany nowadays. The work itself is best compared with the tempera art of painting, a method of painting in which pigments are mixed with an emulsion of water and egg yolk, used a lot in the Italian art of the fourteenth and fifteenth century, for both panel paintings and fresco. Tempera colours are bright and transparent, although there is little time to mix them because the paint dries really fast. Fluent transitions between colours are created by adding lighter and darker dots or lines to a dried up painted area. Oil or beeswax gives it a silky shine.The portrait takes you in, it will bring on emotions. At first you examine it remotely and when you move closer towards it, you can see that the photograph has a skin as it were. It is like touching with your eyes. Such as the old masters did with the tempera technique, she will put on layer by layer until the exact sober colour has been achieved. Because of this the photograph will obtain a velvet like, highly brilliant effect. She developed a tranquil style, within the Dutch photography. Although her technique is contemporary, she didden’t join the mainstream. She want the models to be as clean as possible.  She gives clothing recommendations in advance and she das the hair herself.  Then I start to take the photographs.  There are many windows and there’s studio lighting and that combination works really well.  At that moment she still isn’t completely influenced by what it will become later on. After that, things will go instinctively. Actually she's moulding the model and I want to reach for something that will touch emotions aesthetically, accentuate the best features of someone physically. Although all portraits show a character of their own, they nevertheless have become timeless.

Elizabeth Koning paint with pixels: portraits of adults, adolescents and children. It’s being built layer by layer. Sometimes elements will remain unused until I’ve found the right composition. Finally it will be printed in the laboratory, a master print. This print will be pasted on aluminium foil according to a special procedure and will be fixated between a highly glossed perspective, so the artefact can be placed tightly on the wall with two simple screws. Recently a professor, Erasmus MC, has bought two photo's for his art collection. In all surroundings it’s a great surprise what the effect will be. But however it will turn out, people will remain my most important subject.


ELIZABETH KONING – ITALIAANSE PORTRETTEN MET HOLLANDSE WOLKENLUCHTEN

Sinds 2010 jaar representeert Morren Galleries de Nederlandse fotografe Elizabeth Koning (1966). Op zaterdag 7 mei 2011 tonen wij voor het eerst een expositie van haar werk op de Prinsengracht in Amsterdam. Haar verfijnde gestileerde kinderportretten van zowel kinderen als volwassenen hebben de finesses van de Italiaanse portretkunst, gecombineerd met de typische Hollandse wolkenluchten. De combinatie van deze historische elementen en Koning’s eigen visie resulteert in opmerkelijke eigentijdse kunstwerken.

Haar portretten zijn sereen, verstild, bevreemdend en lijken vervuld met symboliek. Zo is daar het portret van ‘Cate’, het meisje dat in een monumentale houding staat tegen een landschap met witte Hollandse wolken en op de achtergrond zacht waaiend riet. Ze houdt haar wijsvingertje gebogen vooruit, op het puntje rust een vogeltje. De foto behelst een haast Engelse formaliteit en een klassiek gevoel voor het weergeven van een verhaal. Elizabeth Koning pretendeert weinig, maar geeft de toeschouwer graag de ruimte om voor zichzelf in te vullen welk verhaal het meisje vertelt. Ze vindt het belangrijk dat haar creaties prikkelen; ze geeft graag een klein duwtje en de rest is aan de toeschouwer. De dromerige kijker raakt verloren in haar landschappen, die geïnspireerd lijken te zijn op de zeventiende-eeuwse landschappen van schilders als Van Ruisdael en Vroom.  Subtiele referenties worden gemaakt naar de sfeer die meesters als Belini, Rafael en Holbein in hun Renaissance portretten wisten te scheppen.

Elizabeth Koning maakt gebruik van de sfumato techniek; één van de vier technieken die in de Renaissance tijd vaak werkt gebruik. Het Italiaanse woord sfumato, vervagen/verdwijnen, verklaart de techniek goed.  Het lijkt alsof er permanent een dun laagje rook dwarrelt tussen het onderwerp van het schilderij en de toeschouwer. De hoogtelichten in het schilderij worden extra opgelicht en de diepe donkere partijen worden juist nog eens extra geblokt van het licht. Leonardo da Vinci paste deze sfumato techniek veelvuldig toe, onder andere in zijn wereldberoemde portret ‘Mona Lisa’. De zachte vervaging van de sfumato techniek zorgt ervoor dat emoties subtiel worden getoond. Leonardo beschreef de sfumato techniek als een techniek; ‘without lines or border, in the manner of smoke or beyond the focus plane’.  Deze techniek zorgt er in Konings werk voor dat haar portretten bijzonder levendig lijken. De stille binnenwereld van de geportretteerde is zichtbaar, maar op een zeer subtiele manier.

Het werk van Elizabeth Koning wordt ook wel eens vergeleken met kunstenaars als Co Westerik (1924) of Pyke Koch (1901). Beiden behoren tot de magisch realisten. De voorstellingen van Koning zouden ook als magisch realistisch beschouwd kunnen worden; voorstellingen die wel mogelijk maar niet waarschijnlijk zijn. Door het gebruik van licht, schaduw, diepte en kleur krijgt de realistische weergave een onwerkelijke sfeer. Dit is ook erg voelbaar in de portretten van Elizabeth Koning. Koele, bleke kleuren geven het portret een steriele en bevreemdende sfeer. De portetten lijken te draaien om de lichte verwondering over een alledaagse gebeurtenis.

De grootste inspiratie van Elizabeth Koning is haar eigen leven: naast haar achtergrond, jeugd, haar vriendschappen en liefdes is daar vooral de geboorte van haar dochter Ottavia (2004). Ottavia is Elizabeth Konings grootste inspiratiebron geweest om de camera ter hand te nemen en portretten van kinderen te maken. Door haar moederschap beleeft Koning de wereld op een andere manier; zachter en intenser. Niet alleen kan Elizabeth Koning zich zelf goed in de kinderwereld verplaatsen, ze voelt zich daar ook veilig. Ze hoopt dat haar portretten andere inspireren en dat ze de toeschouwer emotioneel kan raken. Koning geeft zelf aan: ‘Ik wil de wereld alleen een beetje mooier maken, glans geven’.

Hoewel Elizabeth Koning als kind veel tekende en schilderde kwam het nooit in haar op om naar de kunstacademie te gaan. Ze had niet het gevoel dat ze dit überhaupt kon doen en kreeg dit ook niet van huis uit mee. Door een loopbaan in de internationale modewereld heeft zij een geheel eigen benadering van hedendaagse fotografie ontwikkeld. Ze begon in Milaan vòòr de camera: als model. Later leidde ze een modellenbureau en onderhield ze veel contacten met modefotografen. Ze werkte in het topsegment van de internationale modewereld en ervoer deze scene als zowel levendig, sexy als uitdagend. Het wereldje was creatief en mondain en sprak tot Koning’s verbeelding. Iedereen leek in deze wereld iets te creëren; of het nu mode, fotografie, kunst of architectuur betrof. Hoewel deze wereld ook een scherp randje had heeft, is deze periode belangrijk geweest voor haar verdere leven. In Italië heeft ze de ruimte gekregen om zichzelf te ontplooien en te ontwikkelen. ‘De openheid van mensen en vriendschappen, ambities, de Italiaanse cultuur, het mondiale accent binnen het werk, Milaan is een uniek centrum voor creatieve professional’, aldus Koning. Na 15 jaar Milaan en uiteindelijk ook het Verenigd Koninkrijk is Koning neergestreken in Blaricum. Een plek waar zij de rust vindt om zich volledig op haar autonome kunstenaarschap te richten.


Leonie Klomp,
Morren Galleries
© Copyright 2005-2011 by Elizabeth Koning all rights reserved, Blaricum | Netherlands